Skip to main content

De huisvestingsproblematiek

‘… Volgens de jongste verklaring van de Heer Burgemeester blijkt dat de Koninklijke Familie afstand doet van het ‘Chalet’ en het ter beschikking stelt van het openbaar nut. Het ‘Vrijzinnig Laïciserend Centrum’ vraagt met aandrang te mogen beschikken over dit eigendom (villa, park en gaanderijen inbegrepen), want benevens de consulentenbureaus zal het ‘ Vrijzinnig Laïciserend Centrum’ diverse lokalen en zalen nodig hebben voor het inrichten van vrijzinnige ceremonies, zoals het Lentefeest voor de Jeugd, Huwelijks- en Begrafenisplechtigheden (zie plechtigheden), alsmede de nodige ruimte en werkplaatsen voor de de werkgroepen ‘Moraal’, WEMOO en IN BETWEENS …’

Reeds op 25 juni 1971 ontvangt het VLC Oostende een antwoord op zijn vraag vanwege het Stadsbestuur van Oostende:
‘… De koninklijke villa en het bijhorend domein behoren tot de Koninklijke Schenking. Over de nieuwe bestemming ervan moeten nog besprekingen worden gevoerd.
Naar onze mening zou dit domein evenwel niet geschikt zijn voor uw centrum.
Wellicht kan die kwestie eens besproken worden tussen uw vereniging en ons Bestuur. De eerste Schepen Raymond Miroir houdt zich daartoe ter uwer beschikking …’
Naar aanleiding van het schrijven aan het Stadsbestuur van Oostende, volgen verschillende interpellaties ten gunste van VLC in de Gemeenteraad, o.a. van de heer Henri Degreave en mevrouw Elza Vandenberghe-Brusseel.

Op vrijdag 9 juli 1971 wordt een afspraak gemaakt met de Eerste Schepen de heer Raymond Miroir.
Tijdens de voorbereidende werken voor dit onderhoud voorziet het VLC-bestuur buiten algemene eisen, ook twee specifieke eisen:
EERSTE EIS: volledige subsidiëring door het Stadsbestuur
TWEEDE EIS: het Chalet of een nieuw gebouw
ALGEMENE EISEN:
• Degelijke gemeubiliseerde lokalen
• Een secretariaat met twee bureaus
• (minstens) twee vergaderzalen
• Bibliotheek
• Conferentiezaal
• Lokalen voor HV, OVM, WEMO, HJ, comité Lentefeest
• Tentoonstellingszaal
• Projectzaal
• Zaal voor plechtigheden (huwelijks- en begrafenisceremonies)
• Keuken (banketzaal)
• Bureaus voor consulenten (minstens 3)
• Slaapkamers voor bezoekers
• Woonst voor de hoofdcoördinator
• Ruimte voor archief
• Huisbewaarder (woonst)
• Ontvangstkamer
• Zwembassin

Gezien de verslagen van de vergaderingen over deze periode niet (meer) ter beschikking zijn of er toentertijd nog geen verslagen van vergaderingen werden bijgehouden, heb ik als resultaat van het onderhoud met de heer eerste schepen Raymond Miroir uit de gevoerde briefwisseling met het Stadsbestuur het volgende kunnen destilleren:
‘ De Heer Schepen maakte ons duidelijk dat dit gebouw niet geschikt is voor degelijk centrum - wat ons natuurlijk spijt - maar toch staan wij begrijpend tegenover de argumenten van de Heer Schepen indien deze ook voor andere levensbeschouwelijke groeperingen gelden.
Wij hopen echter dat het Schepencollege zich verder inspanningen zal getroosten om naar iets anders uit te zien zodanig dat de vrijzinnigen in onze stad over een volwaardige pleisterplaats kunnen beschikken.’

Op 5 november 1971 richt het VLC Oostende opnieuw een brief aan het College van Burgemeester en Schepenen van de Stad Oostende:
‘ Verwijzend naar onze briefwisseling in verband met het in gebruik nemen van het Koninklijke Chalet en de daaropvolgende contacten met de door u gemandateerde persoon, de heer Schepen Miroir, hebben wij de eer u te melden dat onder de diverse voorstellen, wij deze verkiezen waarbij het Vrijzinnig Laïciserend Centrum zou opgericht worden op de plaats waar thans de kapsterschool van S.T.I.M.O. gelegen is.
Wij vragen u dan ook de gronden gelegen tussen de Oude Watertoren, de Verenigde Natieslaan en de brug over diezelfde laan te willen reserveren voor dit doeleinde.’
De aanvraag vanwege het VLC wordt ‘afgewimpeld’ met de melding dat deze gronden voor een Cultureel Centrum zouden zijn voorbehouden … er is zelfs sprake dat op deze plaats een Congreshotel zou worden opgericht !!!
Ondertussen wordt verder vergaderd bij de leden van het Dagelijks Bestuur thuis en later in de zaal ‘Bloemendal’, gelegen in de Velodroomstraat te Oostende.
In 1974 kwam er echter een lichtpunt aan het einde van de lange tunnel, toen de toenmalige Schepen van Financiën een bedrag van 2 miljoen op het budget erediensten plaatste om de zaal nr. 22 in het Europacentrum aan te kopen ten behoeve van het VLC Oostende, met dien verstande dat dit lokaal eigendom bleef van de Stad Oostende. Het lokaal zou in 1975 moeten afgewerkt zijn ....
Het werd echter februari 1977 vooraleer het lokaal kon betrokken worden en reeds op 24 februari 1977 greep er de Algemene Vergadering van het VLC plaats.
Het lokaal bestond toentertijd uit een ingerichte keuken, een vestiaire, sanitair en een bureelruimte.
Pas in 1978 werd een bedrag uitgetrokken voor de meubilering van het lokaal.
Niettemin greep er in dit lokaal reeds een plechtigheid plaats op 26 april 1977 met ontvangst van vrijzinnige leden van het Oostendse Politiekorps naar aanleiding van hun jaarlijks feest. Het inrichten van adoptie- en huwelijksplechtigheden hoefde niet te meer ten huize, het Stadhuis, of in een feestzaal plaats te grijpen.
Op initiatief van de heer Jacques Beun werd het lokaal vanaf 30 maart 1979 op zondagmorgen opengesteld voor geestesgenoten die er in een ontspannen sfeer elkaar kunnen ontmoeten. De openingsuren waren van 10u30 tot 12u30 … hoe de verlenging tot 14u30 en meer is gekomen is mij nog altijd een raadsel ???
Hierbij wens ik meteen van de gelegenheid gebruik te maken om de talrijke schare vrijwilligers te danken voor hun onbaatzuchtige inzet om de bardienst op zondag te blijven verzekeren.

De zaal bleek echter algauw veel te klein te zijn zodat in 1983 een vraag werd gericht aan het Stadsbestuur tot uitbreiding van het lokaal. Zo ontstond in 1984 de door ons genoemde ‘nieuwe zaal’ die officieel in gebruik werd genomen in aanwezigheid van de toenmalige Burgemeester, de heer Julien Goekint, op zaterdag 29 september 1984.
In 1986 pakte het VLC uit met de idee om aan jonge vrijzinnige kunstenaars de kans te geven om in het VLC-lokaal gratis te vernisseren, teneinde hun werken naar de buitenwereld toe meer te bekendheid te geven.

Het jaar 1991 brengt opnieuw een omwenteling in de huisvestingsproblematiek van het VLC Oostende. Doordat meer en meer vrijzinnigen naar het VLC kwamen om welke reden dan ook, hetzij naar aanleiding van een adoptie- of een huwelijksceremonie, hetzij ter gelegenheid van een voordracht of voor een gewone ‘babbel’ op zondagvoormiddag, ontving het Bestuur van het VLC diverse klachten omtrent de moeilijke toegankelijkheid van de zaal voor oudere mensen of mindervaliden en de ‘kindonvriendelijke’ omgeving.
In de vergaderingen hieromtrent werd beslist een ‘korte’ maar ook een ‘lange termijn’ oplossing voor dit probleem aan het Stadsbestuur voor te leggen.

De ‘korte termijn’ oplossing bestond uit het wegwerken van de administratieve ruimte uit de toenmalige zaal, zodat deze plaats kon ingericht worden als een kindvriendelijke, recreatieve ruimte. De oplossing hiervoor lag niet ver af, daar de zaal gelegen boven de ‘Triton’ vrijkwam en gemakkelijk via de trapzaal kon bereikt worden. Meteen zou er voldoende plaats vrijkomen om aan onze zusterverenigingen, het Humanistisch Verbond (HV) en de Oudervereniging voor de Moraal (OVM) een eigen administratief lokaal toe te kennen.
Ondertussen werd het Stadsbestuur Oostende bereid gevonden deze zaal voor ons te huren. Dit laatste gebeurde reeds met ingang van april 1992, terwijl de nodige aanpassings- en verbouwingswerken pas in de Gemeenteraad van oktober van ditzelfde jaar werden goedgekeurd. Met de aanvang van de verbouwingswerken werd dan ook pas in september 1993 gestart. De afgewerkte administratieve ruimten werden in mei 1994 in gebruik genomen en meteen vond hier ook een permanente kracht van het HVV West-Vlaanderen, de heer Steven Dudal, een onderkomen.

De ‘lange termijn’ oplossing bestond erin dat het VLC vroeg of laat de huidige zaal zou verlaten om haar intrek te nemen in een centrum dat aan al onze noden zou voldoen.
Iedereen kent wellicht het door het Bestuur van het VLC toenmalig ingenomen standpunt om in eerste instantie voor het vroegere ‘Moederhuis Wante’ te opteren. Deze optie bleek - net zoals 20 jaar geleden het geval was met de Koninklijke Villa - niet haalbaar.
Ondertussen werd met betrekking tot de ‘lange termijn’ oplossing onverdroten verder onderhandeld met het Stadsbestuur. Als positief element verdient het hier vermeld te worden dat de vertegenwoordigers van álle toenmalige politieke partijen, zowel coalitie als oppositie, begrip vertoonden voor onze noden en argumenten en er zich bewust van waren dat er iets diende te gebeuren voor de Oostendse Vrijzinnige Gemeenschap.