Skip to main content

Ontstaan Vrijzinnig Laïciserend Centrum in Oostende

Daartoe werd een ‘Manifest’ opgesteld waarvan ik hierna het belangrijkste in zijn originele vorm zal weergeven om geen afbreuk te doen aan de gemoedssfeer waarin de stichters van het huidige V.L.C. Oostende zich toentertijd bevonden.
‘Enkele laïciserende vrijzinnigen hebben, na grondige studie en observatie van de maatschappelijke structuren en levensbeschouwelijke dominanten, de precaire situatie vastgesteld waarin de laïciserende vrijzinnige levensbeschouwelijke overtuiging zich in België bevindt.
Zijn de mening toegedaan dat zij niet eens als derderangsburgers in deze Staat geduld worden. Zij kunnen niet aannemen dat in België ca. 8 385 000 gelovigen zijn. Protesteren derhalve met klem tegen de tendentieuze, aanvechtbare criteria welke door de traditionele kerkmachten worden gebruikt tot het bepalen van het aantal hunner volgelingen.
Moeten zelfs vaststellen dat tienduizenden laïciserende vrijzinnigen alhoewel niet geteld toch hun belasting afdragen aan de kerkmachten.
Deze machten genieten aldus financiële en materiële voordelen door de Staats-, Provinciën en Gemeentebesturen welke ze toelaten een waaier te vormen binnen onze Gemeenschappen die de structuren zeer sterk domineren en een dubieus pluralisme voorbehouden, wat de outsider de indruk geeft van een gewillige volgzame massa terwijl er in werkelijkheid een geleide dogmatische gewetensvorming heerst.
Ze hebben eveneens moeten vaststellen dat bij de laïciserende vrijzinnigen grove fouten te vinden zijn, nl. gebrek aan organisatie, een diepgaande onverschilligheid en politieke gespletenheid.
Om al deze redenen, hebben zij dan ook besloten zich te groeperen en tot actie over te gaan.
In het ‘Stichtingsbesluit’, opgenomen in hetzelfde Manifest, werd nog het volgende vermeld omtrent het op te richten Vrijzinnig Laïciserend Centrum:
DOEL: institutionalisering der laïciserende vrijzinnigheid.
MIDDEL: organisatie
ACTIE: voorlichting van het publiek - oprichting van Vrijzinnige Centra - Morele Hulp.
EIS: geloofstelling - Kerkbelasting - LaïciseringHet Dagelijks Bestuur van het pas opgerichte V.L.C. werd geleid door een Coördinator, zes Adjunct-Coördinators, een Secretaris en één Persattaché.
Aldus zag het eerste Dagelijks Bestuur van het Vrijzinnig Laïciserend Centrum Oostende er als volgt uit:
Coördinator: de heer Fernand Goddemaer.
Persattaché: de heer Alfons De Block.
Secretaris: de heer Jean-Pierre Schotte.
Adjunct-Coördinators: mevrouw Suzanne Denecker-Peene.
de heer Robert Deschacht. de heer Wilfried Deschacht. de heer André Frère.
de heer Rudy Theylaert.
de heer Rudy Willems.
Wellicht in de euforie van de oprichting werd in het oorspronkelijke Manifest niet gedacht dat er ook nood zou zijn aan een Penningmeester. Deze functie wordt evenwel vlug gecreëerd en waargenomen door mevrouw Denise Muldermans. Om onmiddellijk tot de actie over te kunnen gaan werd aan het Manifest een strook toegevoegd waarbij de ondertekenaar verklaarde bij zijn volle geestelijke vermogen te hebben geopteerd voor de ‘Laïciserende Vrijzinnige Levensbeschouwing’.
Uit de voorhanden zijnde briefwisseling blijkt dat het Manifest naar alle Oostendse weekbladen werd verstuurd. De Zeewacht en het Nieuwsblad van de Kust wijden in hen editie van 7 mei 1971 een artikel aan de oprichting van het Vrijzinnig Laïciserend Centrum te Oostende. De Kustbode, de Voor Allen en de Vandeweek publiceerden zelfs het volledige Manifest.
Het Manifest werd tevens verstuurd naar de Gouverneurs, de Ministers, de Inspecties van het Onderwijs, het Stadsbestuur van Oostende en … de Bisdommen.
De meeste antwoorden zijn eerder terughouden en meldden ‘de goede ontvangst’ of voegen er in het beste geval nog de vermelding ‘met belangstelling kennis van genomen’ aan toe. Een positieve en opmerkelijke reactie vond ik echter terug in een schrijven van de heer Michel Oukhow d.d. 18 mei 1971, Inpecteur Moraal over het Middelbaar Onderwijs:
‘ Met vreugde ontving ik uw Manifest. Er is geen woord dat ik niet onderschrijf. Wel verheel ik mij niet dat in de huidige situatie in ons land de moeilijkheden voor de vrijzinnigheden pas dubbel zo groot zullen worden, en dat ook Uw Centrum daarvan zijn deel zal hebben ….’
De moeilijkheden die het pas opgerichte VLC Oostende diende te verwerken bleken echter in eerste instantie niet uit de verwachte hoek te komen maar wel van bepaalde vrijzinnigen zelf. Dit bleek uit het feit dat het VLC Oostende op 15 juni 1971 een persmelding verspreidde onder de titel: ‘Verduidelijking omtrent de bedoelingen van het Vrijzinnig Laïciserend Centrum te Oostende’.
Ik citeer hieruit de volgende passage:
‘… Uit de gesprekken met verscheidene vrijzinnigen bleek echter dat bepaalde misvattingen bestaan omtrent de doelstellingen van het VLC. Het is helemaal niet de bedoeling een nieuwe vrijzinnigen organisatie te stellen naast de reeds bestaande. Het VLC wil enkel al diegenen groeperen die niet gelovig zijn en tot geen enkele Kerk behoren, om door het aantal inspraak te verwerven naast de bestaande katholieke organisaties. Dit is met de komende culturele autonomie en de in het verschiet liggende herziening van het Schoolpact meer dan ooit dringend noodzakelijk …’ Oorspronkelijk werd het VLC Oostende opgericht als een feitelijke vereniging. Door de publicatie van haar statuten in de Bijlagen van het Belgisch Staatsblad van 20 april 1972 werd de feitelijke vereniging omgevormd tot de vzw Vrijzinnig Laïciserend Centrum Oostende, een vzw met rechtspersoonlijkheid.